Alleen op reis: dat moet je eens gedaan hebben

Een paar jaar geleden durfde ik nog niet eens alleen een avondwandeling te maken, laat staan alleen op reis te gaan. Toch vertrok ik op mijn achttiende voor een paar weken naar Engeland om bij een gastgezin beter Engels te leren spreken. Ik vond het doodeng, maar heb er zoveel van geleerd, dat ik na die tijd vaker alleen op reis ging. Ik vind dat iedereen eens in zijn leven alleen op reis moet zijn geweest, en dit zijn vier van mijn redenen:

 

1. Je komt even helemaal tot jezelf als je alleen op reis bent

De grootste reden dat ik alleen op reis wil: even helemaal alleen zijn. Niet dat ik het vervelend vind om met iemand samen te reizen, totaal niet. Maar ik heb het gevoel dat ik zoveel meer over mezelf leer als ik alleen op pad ben. Als er niemand is om mee te praten ga ik me waarschijnlijk veel meer richten op de natuur om mij heen. Eigenlijk is het een soort stilte retraite, het grootste deel van de route. Ik hoop natuurlijk wel contact te leggen met locals, dus helemaal stil ben ik niet ;)

2. Je leert jezelf (nog) beter kennen

Alleen op reis betekent ook alleen voor de uitdagingen van het reizen staan. Voor iedereen zijn die uitdagingen weer anders. Misschien omdat je iemand bent die bang is in het donker, of iemand die niet zo goed alleen kan zijn. Of misschien kun jij totaal niet navigeren of krijg je de rillingen van het idee alleen in een land te zijn waar jouw taal niet gesproken wordt. Waar ik het meest tegenop zie is het alleen in mijn tentje liggen in het donker. Op de meest afgelegen plekken. En dat keer 57 nachten. Juist van die stappen buiten je comfort zone groei je. Want vaak is de angst voor iets dat misschien gebeurt veel erger dan wat er gebeurt als die angst uitkomt. Zo ben ik soms heel bang om een vreemde waarvan ik weet dat hij mijn taal niet spreekt aan te spreken. Daar kan ik me uren druk over maken, terwijl het werkelijke moment van afzien en spreken maximaal een paar minuten duurt en er eigenlijk geen ramp gebeurt als ik me niet verstaanbaar kan maken.

3. Je raakt makkelijker met mensen aan de praat

In je eentje heb je veel meer aanspraak dan wanneer je al met je reismaatje in gesprek bent. Solo reizigers trekken elkaar aan en mensen zijn heel behulpzaam als ze merken dat je alleen reist. Locals voelen vaak de neiging om voor vrouwen (en misschien ook wel mannen maar dat heb ik niet ervaren ;) ) die alleen in een vreemd land reizen te helpen. Zo word ik zodra ik een kaart in de hand neem aangesproken en maken wandelaars die ik tegenkom altijd even een praatje met me. Ik mocht met een Fransman uit een hostel in Slovenië mee in de auto de bergen in. Voor totale isolatie hoef je dus niet bang te zijn, tenzij je ergens heen gaat waar helemaal geen mensen zijn.

4. Je hoeft met niemand rekening te houden want je bent alleen op reis

Een dag geen zin om je bed uit te komen? Je hoeft je tegen niemand te verantwoorden en niemand heeft last van jouw luierdagje. Zin om een dag verder te wandelen dan gepland, dan hoef je geen rekening te houden met je uitgeputte reismaatje. Je hebt de vrijheid om te gaan waar, wanneer en zolang jij wilt. Houd wel een beeeeetje rekening met de mensen thuis, en ga veilig alleen op reis.

Wat zijn jouw redenen om (niet) alleen op reis te gaan?

Zie jij jezelf al alleen op pad gaan, of reis je toch liever samen met een vriend(in)? Laat me in de reacties weten waarom!